Wat is een obligatie?

Een obligatie is een lening, die door een bedrijf of de staat wordt uitgegeven. Een obligaties wordt uitgegeven wanneer bedrijven nood hebben aan vers kapitaal. Particuliere beleggers kunnen intekenen op deze obligatie. Eigenlijk lenen beleggers dus geld aan het bedrijf (of de staat) door een obligatie te kopen. In ruil hiervoor ontvangt men gedurende een bepaalde tijd (de looptijd van een obligatie) een vooraf bepaalde jaarlijkse intrest. Wanneer de looptijd van de obligatie erop zit, wordt het oorspronkelijke bedrag aan de belegger terugbetaald.

Een obligatie is een effect aan toonder, wat dus wil zeggen dat de bezitter als eigenaar aanzien wordt. Een obligatie kan op de beurs verhandeld worden, en noteert à pari, boven pari of onder pari. Dit wil zeggen: tegen de nominale waarde (de waarde waartegen de obligatie is uitgegeven), boven of onder de nominale waarde. Waarom zou een effect boven of beneden de nominale waarde noteren, wanneer op de vervaldag slechts deze nominale waarde wordt uitgekeerd?

Een obligatie volgt steeds de geldende rentevoet. Stel dat je 5 jaar geleden een obligatie hebt gekocht, tegen een intrest van 8%. Vandaag wordt een obligatie uitgegeven tegen een rente van 5%. Wanneer je je obligatie met 8% rente te koop aanbiedt, zal de koper meer dan de nominale waarde willen betalen, als compensatie voor de hogere rente. Wanneer je 5 jaar geleden een obligatie kocht die 4% intrest oplevert, zal de koper je er minder dan de nominale waarde voor willen betalen.

De verschillende soorten obligaties

Een obligatie kan ingedeeld worden volgens verschillende criteria. Om het overzicht zo simpel mogelijk te houden, hebben we een onderverdeling gemaakt volgens waarborg, rendement en wijze van terugbetaling.

1. Waarborg

Een obligatie die uitgegeven wordt door een bedrijf, houdt een groter risico in dan deze die door de staat worden uitgegeven. Bedrijven kunnen immers in moeilijkheden komen, waardoor de mogelijkheid bestaat dat ze de intrest en/of de nominale waarde niet meer kunnen terugbetalen. Een obligatie die door de staat wordt uitgegeven, is min of meer verzekerd tegen dit risico. De kans dat de staat de schulden niet meer kan betalen, is immers klein.

* Gewone obligaties
Aan een gewone obligatie zijn geen bijzondere voorrechten verbonden. De obligatiehouder wordt als een gewone schuldeiser aanzien. Wanneer het bedrijf in vereffening gaat, komen eerst de bevoorrechte schuldeisers aan bod, pas dan worden de obligatiehouders vergoed.

* Bevoorrechte obligaties
Bij bevoorrechte obligaties wordt de terugbetaling van het kapitaal en de intrest gewaarborgd door bepaalde activa (bezittingen) van de onderneming. Dit zorgt voor meer zekerheid, omdat een bevoorrechte schuldeiser als eerste wordt betaald, moest het bedrijf in vereffening gaan.

* Achtergestelde obligaties
Zoals de naam doet vermoeden, worden de houders van een achtergestelde obligatie pas als laatste vergoed, wanneer het bedrijf in vereffening gaat. De bevoorrechte en gewone obligatiehouders komen eerst aan bod, pas dan mogen de houders van een achtergestelde obligatie aanschuiven. Wanneer een bedrijf in moeilijkheden komt, kan de terugbetaling van de achtergestelde obligatie dus een probleem vormen.

* Hypothecaire obligaties
Een hypothecaire obligatie wordt gewaarborgd door de vestiging van een hypotheek op (één van) de gebouwen van de onderneming. Houders van dergelijke obligatie zijn bevoorrechte schuldeisers, die ingeval van vereffening als eerste uitbetaald worden.

2. Rendement

Klassieke obligatie
Een klassieke obligatie is vastrentend, wat wil zeggen dat zowel de looptijd als de rente bij uitgifte bepaald worden. Deze blijven onveranderd tijdens de hele duur van de obligatie, de houder is dus zeker van de rente die hij ontvangt.

Obligaties met variabele rente
Hier moeten we een onderscheid maken tussen “floating rate notes” (FRN) en “variable rate notes” (VRN) Floating rate notes wil zeggen dat de rente om de 3 à 6 maanden betaald en herzien wordt, in functie van de rentevoet op de internationale markt. De rente is in principe de (variabele) rentevoet, vermeerderd met een opslag (spread), die gedurende ganse looptijd onveranderd blijft.Bij variable rate notes kunnen zowel de rentevoet als de spread veranderen. Deze zijn aanpasbaar aan de marktomstandigheden.

3. Terugbetalingswijze

Terugbetaling op vervaldag
Een obligatie heeft een beperkte levensduur, die varieert van 1 tot 30 jaar. Vooral in de USA bestaan er obligaties met een zeer lange looptijd. Kortlopende obligaties worden meestal terugbetaald op de vervaldag, en er is geen manier om deze vervroegd af te lossen. De houder van de obligatie is dus zeker van een vaste rente gedurende de volledige looptijd van de obligatie.

Obligaties met vervroegde terugbetaling
Deze obligatie is een lening met een zeer lange looptijd, die in schijven terugbetaalbaar is. De terugbetaling kan verplicht of optioneel zijn.

Obligaties met verplichte aflossing
Na bepaalde tijd worden de obligaties terugbetaald en uit circulatie genomen.De uitgever van zo’n obligatie moet een amortisatiefonds oprichten, om de terugbetaling te waarborgen. Dit fonds wordt gevormd door een gedeelte van de inkomsten van de onderneming en moet dienen om zowel de aflossingen als de intresten te betalen.

Terugbetaling: de terugbetaling kan gebeuren op basis van lottrekking. Door middel van trekking wordt bepaalde welke nummers van obligaties dit jaar terugbetaald worden. Een andere manier om de terugbetaling te verrichten, is via een terugkoop. Hierbij koopt het bedrijf de uitstaande obligaties terug via de beurs. Dit kan voordelig zijn wanneer de rente gestegen is, omdat op die manier de betaling van dure intresten vermeden kan worden.

Obligaties met facultatieve aflossing
Hier betreft het geen verplichting, maar een optie. Zowel de debiteur als de obligatiehouder kunnen de terugbetaling vragen. De voorwaarden worden bij de emissie (de uitgifte) van de obligatie vastgelegd.

  • call optie: de emittent vraagt de vervroegde terugbetaling aan, de optie is meestal pas uitoefenbaar na een bepaalde datum. De uitgever zal de optie uitoefenen als de rente fors gedaald is. Oude leningen kunnen op die manier vervangen worden door nieuwe obligaties, met een lagere rente. Op die manier kan de obligatiehouder onaangenaam verrast worden.
  • put optie: de obligatiehouder kan de terugbetaling vragen. De meeste converteerbare obligaties zijn voorzien van een put optie.

4. Converteerbare obligaties

Een converteerbare obligatie is een obligatie waarbij de houder de mogelijkheid heeft om terugbetaald te worden in aandelen van het bedrijf, in plaats van in cash. Dit kan vooral voordelig zijn wanneer de koers van de aandelen gestegen is. Wanneer de koers van het aandeel gedaald is, kan de obligatiehouder ervoor kiezen om uitbetaald te worden in cash.

Er bestaan verschillende soorten converteerbare obligaties. Eén soort is een verplicht converteerbare obligatie. Hier heeft de houder geen keuze: op de vervaldag wordt hij uitbetaald in aandelen. De voorwaarden worden duidelijk vermeld bij de uitgifte van de obligatie. Een ander soort obligatie is de omgekeerd converteerbare obligatie. Hier heeft het bedrijf de keuze tussen een uitbetaling in aandelen of cash. Wanneer de aandelen gedaald zijn, zal je uitbetaald worden in aandelen, anders zal het bedrijf je uitbetalen in cash.

Categorieën Beleggen

Plaats een reactie