Opties notatie

Opties kunnen ingewikkeld zijn. Een van de redenen hiervoor is vaak de notatie van opties. In dit artikel leggen we eenvoudig uit hoe de notatie werkt aan de hand van een voorbeeld.

Vier parameters

Er zijn vier parameters die veelal gebruikt worden voor de notatie van opties. Soms verschilt de volgorde van deze kenmerken, echter zijn de componenten vrijwel altijd hetzelfde:

  • Soort optie: Dit omvat simpelweg een call optie (C) of een put optie (P).
  • Symbool: Het symbool van het aandeel. Voor ASML is dit ASL, voor Ahold is dit AH. Het verschilt per broker of hier het symbool of de naam van het aandeel wordt gegeven.
  • Uitoefenprijs (strike price): De uitoefenprijs in de valuta van de beurs. Op de AEX zal dit dus in euro’s zijn. Op bijvoorbeeld de NASDAQ is dit in dollars.
  • Expiratiedag: Dit is de laatste dag waarop de optie geldig is. Er kan op deze dag tijdens handelsuren dus nog worden gehandeld in het aandeel. Aan het eind van de dag wordt de optie uitgeoefend (indien deze ook echt in-the-money is).

Voorbeeld notatie opties

Om wat duidelijker te maken hoe deze parameters er in de praktijk uitzien, ziet u onderstaand een voorbeeld. In de praktijk kan de volgorde van deze parameters verschillen.

In de bovenstaande afbeelding ziet u een voorbeeld van de notatie voor een call-optie van een aandeel ASML dat met een uitoefenprijs van €200.00 die verloopt op 15 december 2021.

Het is belangrijk de terminologie goed te kennen. zorg dat u niet per abuis een put in plaats van een call koopt of vice versa, en houd rekening met de andere kenmerken zodat u niet voor een verrassing komt te staan.

Categorieën Beleggen

Plaats een reactie